De vijf vragen die u stelt voor u een franchisecontract tekent

donderdag augustus 20, 2026

De vijf vragen die u stelt voor u een franchisecontract tekent

Wie een franchise overweegt, zit meestal al ver in het verhaal voor hij bij ons langskomt. Het concept is gekozen, de cijfers zien er goed uit, en de handtekening staat voor volgende week gepland.

De eerste vraag die wij dan stellen, gaat niet over het concept. Ze gaat over de datum op de documenten.

Want de wet geeft u een periode voor u tekent, en die periode is het enige moment waarop u nog echt iets kan vragen. Dit zijn de vijf vragen die daarin thuishoren.

1. Sinds wanneer heb ik deze documenten?

Wie u een franchise aanbiedt, moet u minstens een maand voor het sluiten van de overeenkomst twee stukken bezorgen, op papier of op een duurzame drager. Het ontwerp van de overeenkomst zelf (art. X.27 WER), en daarnaast een apart document met de belangrijkste contractuele bepalingen en met de gegevens die u nodig hebt om de samenwerking correct te beoordelen, in hoofdzaak de financiële gegevens (art. X.28 WER). Dat tweede document heet in de praktijk het precontractueel informatiedocument, kortweg het PID.

Die maand is er niet voor niets. De bedoeling van de wetgever is dat u vóór uw handtekening een zo juist en volledig mogelijk beeld hebt van uw rechten en plichten en van de economische context waarin u stapt, zodat u met kennis van zaken beslist. Ze geeft u ook de tijd om advies in te winnen.

Twee zaken zijn hier belangrijk. De termijn begint te lopen op het ogenblik dat de documenten worden overhandigd. En tijdens die maand kan de overeenkomst niet worden gesloten.

2. Wordt er in die maand iets van mij gevraagd?

Dit is de vraag die het meeste geld bespaart. Tijdens die maand mag u geen enkele verbintenis aangaan, en mag er van u geen enkele vergoeding, geen bedrag en geen waarborg worden gevraagd of betaald (art. X.27, lid 3 WER).

Het is dus een volledig zuivere bedenktermijn waarin u tot niets gebonden kan worden. Eén uitzondering: een vertrouwelijkheidsakkoord mag wel.

Wordt de procedure van artikel X.27 niet nageleefd, dan kan u de nietigheid van de overeenkomst inroepen. Gaat het om de gegevens uit artikel X.28, §1, 1°, dan is het de betrokken contractuele bepaling die nietig kan zijn (art. X.30 WER).

Die nietigheid bestaat in uw voordeel: ze is relatief. U beschikt over een vervaltermijn van twee jaar, en u kan er pas afstand van doen of ze bevestigen vanaf een maand na het sluiten van de overeenkomst.

Nog dit: de informatie die u in die periode krijgt, valt onder een geheimhoudingsplicht, ook als de overeenkomst uiteindelijk niet wordt gesloten (art. X.31 WER). Dat geldt in beide richtingen.

3. Wat staat er over stoppen?

Hier schrikken de meeste mensen van. Boek X, Titel 2 WER is erg technisch en gedetailleerd, maar het regelt in hoofdzaak één ding: de precontractuele informatie. Over de beëindiging van de samenwerking zegt de wet zo goed als niets.

Alles wat over het einde geldt, staat dus in uw eigen contract. Franchising is bovendien een onbenoemde overeenkomst: ze valt niet samen met een contractvorm die in de wet is uitgewerkt, waardoor u voor de rest terugvalt op het gemeen verbintenissenrecht.

Eén nuance is hier belangrijk. Franchise wordt in de praktijk vaak gecombineerd met een verkoopconcessie. Ligt de nadruk op de wederverkoop van goederen in plaats van op de overdracht van knowhow en bijstand, dan rijst de vraag of Titel 3 van Boek X niet mee van toepassing is. Daarover bestaat geen eensgezindheid, en bij betwisting zal een rechter nagaan wat partijen werkelijk bedoeld hebben.

Wat u daaruit moet onthouden: laat vooraf nakijken wat voor overeenkomst u eigenlijk tekent. Die kwalificatie bepaalt mee wat er gebeurt als het stopt.

4. Wat krijg ik precies, en wat betaal ik ervoor?

Juridisch heet dit een commerciële samenwerkingsovereenkomst (art. I.11, 2° WER). U krijgt het recht om een commerciële formule te gebruiken, onder een of meer van vier vormen: een gemeenschappelijk uithangbord, een gemeenschappelijke handelsnaam, de overdracht van knowhow, en commerciële of technische bijstand.

Kijk dus na welke van die vier u werkelijk krijgt, want het hoeven er niet vier te zijn.

Bij knowhow loont het om te weten wat de wet daaronder verstaat: een geheel van niet-geoctrooieerde praktische informatie, voortvloeiend uit de ervaring van de gever en uit door hem uitgevoerde proeven, die geheim, wezenlijk en geïdentificeerd is. Dat laatste woord doet het werk. Geïdentificeerd betekent dat het beschreven staat. Vraag dus om te zien wat u koopt.

Aan uw kant staan twee betalingen. Een instap- of toetredingsvergoeding om de formule te mogen uitbaten en de knowhow te krijgen. En daarna periodieke vergoedingen of royalties, die de organisatie van de franchisegever, het verdere gebruik van de formule, de verdere ontwikkeling van het systeem en de doorlopende bijstand vergoeden. Die kunnen vast of variabel zijn, dus procentueel.

Vraag daarom niet alleen hoeveel, maar ook waarop dat percentage wordt berekend. En kijk of er nog andere verplichtingen in staan, zoals een afnameverplichting of een niet-concurrentiebeding. Die zijn contractueel, dus onderhandelbaar zolang er nog niet getekend is.

5. Hoe zelfstandig blijf ik?

Op papier blijft u zelfstandig. U werkt in eigen naam en voor eigen rekening, en er is geen band van ondergeschiktheid. Het is een overeenkomst tussen twee ondernemingen.

Tegelijk hoort het bij franchising dat u de instructies van de franchisegever naleeft en dat er controle op uitgeoefend wordt. Dat is nu net het doel: een uniform verkoopconcept uitbouwen. In de praktijk kunnen die instructies ver gaan.

Er is wel een grens. Gaan de instructies zo ver dat er feitelijk een gezagsverhouding ontstaat, dan bestaat het risico dat de overeenkomst wordt geherkwalificeerd als een arbeidsovereenkomst. Een franchisenemer kan dat voor de arbeidsrechtbank proberen te laten vaststellen.

De praktische versie van deze vraag: wat mag u zelf nog beslissen, en staat dat ergens zwart op wit?

Tot slot

Franchising heeft reële voordelen. U stapt in een concept dat zijn werk al bewezen heeft, u geniet mee van de merkbekendheid en de knowhow, en u krijgt bijstand tijdens de hele looptijd.

De reden waarom de wetgever hier is tussengekomen, is dat een franchisenemer een aanzienlijk deel van zijn opbrengst afstaat en grote sommen betaalt voor de merknaam en de knowhow. Vandaar die precontractuele bescherming.

Die bescherming zit bijna volledig in de weken vóór uw handtekening. Gebruik ze.

Hebt u een ontwerp van franchisecontract ontvangen? Bezorg het ons zolang de maand loopt, dan overlopen we samen wat er in staat en wat er niet in staat.

PS. De termijn begint op de dag dat u de documenten kreeg. Weet u die datum niet meer, zoek de mail terug. Dat is ook de eerste vraag die wij stellen.